HOME / ARCHIEF | INFO
EDITIE 14 JULI 2008


Geimpregneerd hout info






Zaak gifhout op schoolplein: Niemand neemt verantwoordelijkheid



Door Nel de Best en Henk Niggebrugge

DEN BOSCH - Veiligheidskundige en klokkenluider Van Rooij vindt dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Donner) verantwoordelijk is voor het gifhout op het schoolplein van basisschool EBS te Eindhoven. Daar ging de zaak op 24 juni j.l. in de rechtbank van Den Bosch over. Minister Donner kijkt niet naar de bewijzen of het hout op het schoolplein toxisch is of niet, de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag en zegt: "ik ben gewoon niet bevoegd".


De minister was niet tijdens de zaak aanwezig en vindt dat hij niet bevoegd is tot handhaving (verwijderen van gifhout). Dit omdat het uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever zou zijn geweest speeltoestellen buiten de Arbo-wet te houden. Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Die kinderen spelen. Die verrichten toch geen arbeid?"


VIDEO




WAAROM VINDT VAN ROOIJ DONNER VERANTWOORDELIJK?
Het hout op het schoolplein van EBS online te Eindhoven zijn geen schommels, speelhuisjes of klimrekken, het zijn gif-uitlogende houten palen die bij elkaar in de grond zijn gezet. Leerkrachten, die zeker onder de Arbo-wet vallen, komen daar ook mee in aanraking.

Veiligheidskundige Van Rooij: "Toen de familie Heijmen hun kinderen voor het eerst naar de school EBS online lieten gaan stond betreffend ge´mpregneerd hout er nog niet. Dit ge´mpregneerd hout is een jaar later geplaatst. De Arbeidsomstandighedenwet schrijft voor dat voorafgaand aan de plaatsing binnen de terreingrenzen van de school er eerst een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) had moeten worden uitgevoerd."

Van Rooij: "N.a.v. onderzoek naar de in en op het hout aanwezige chemische stoffen en gebruiksomstandigheden (spelende kinderen) en op basis van de resultaten van die risico-inventarisatie en evaluatie had na instemming met de medezeggenschapsraad van deze basisschool pas beslist moeten worden of deze ge´mpregneerde palen hadden mogen worden geplaatst. Het bestuur van EBS online heeft de opdracht voor het plaatsen van deze ge´mpregneerde palen verstrekt aan een bedrijf zonder daarbij aan dat bedrijf (voorafgaande aan de plaatsing) een risico- inventarisatie en evaluatie te hebben geŰist.

Daarmee heeft volgens Van Rooij het bestuur van basisschool EBS online zeer nadrukkelijk de Arbeidsomstandighedenwet overtreden en vindt dat minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervoor verantwoordelijk is.



OMGEKEERDE WERELD
Stel er zouden palen van asbest op het schoolplein staan. Dan zou hoogstwaarschijnlijk direkt het schoolplein afgezet worden, en mannen met witte pakken zouden het asbest verwijderen. Vervolgens zou men gaan kijken welk bedrijf verantwoordelijk is geweest voor het produceren en in de markt brengen van die palen. De hoge verwijderingkosten als gevaarlijk afval zou vervolgens op dat bedrijf worden verhaald.

Maar met dit hout, ge´mpregneerd met Chroom VI en andere onbekende giftige stoffen, en volgens diverse (milieu)organisaties in de officiŰle classificatie gevaarlijker dan asbest (zie editie 2007-08-11) gaat het andersom: Eerst wordt er gekeken of er wel een verantwoordelijkheid is. Naar de bewijzen dat kinderen, ouders en leerkrachten risico lopen op carcinogene (kankerverwekkende) effecten wordt in dit stadium blijkbaar niet gekeken.

Van Rooij: "Houtimpregneerbedrijf Van Swaay te Schijndel (zie editie 2007-11-02) die dit ge´mpregneerde hout heeft geproduceerd en op de markt heeft gebracht wordt door alle betrokken overheden de handen boven het hoofd gehouden. De minister van VROM heeft al op 19 augustus 1996 aan een ander houtimpregneerbedrijf in Noord Brabant een brief geschreven dat de houtimpregneerders zelf aansprakelijk zijn voor verontreiniging van lucht, water en bodem door het uitlogen van giftige stoffen uit ge´mpregneerd hout en daarmee ook voor de gezondheidsschadelijke gevolgen voor de kinderen die daardoor met die stoffen in aanraking komen." (zie bewijs-editie 2007-10-14)

Van Rooij: "Ondanks al deze bewijzen mogen de Nederlandse houtimpregneerbedrijven van de landelijke en lokale politiek gewoon doorgaan met de productie en op de markt brengen van dit hout met carcinogene (kankerverwekkende) eigenschappen. Ook worden zij op de milieu- en gezondheidsschadelijke gevolgen daarvan juridisch niet aangesproken ondanks bovengenoemde brief van de minister van VROM. Intussen blijft de vergiftiging van kinderen, ouders en leerkrachten met o.a. het goed in water oplosbare uiterst kankerverwekkende chroomtrioxide (chroom VI) gewoon doorgaan."



HOUT STAAT ER NOG STEEDS
Intussen staat het hout er nog steeds, ondanks dat de minister van VROM onlangs nog heeft medegedeeld dat hout wat is volgeperst (ge´mpregneerd) met Chroomtrioxide (Chroom VI) en andere onbekende giftige stoffen zelfs als gevaarlijk afval beschouwd moet worden. In deze zaak zijn intussen al vele documenten aangebracht die bewijzen dat het hout giftig is en niet op een schoolplein zou mogen staan. Rechters luisteren wel naar datgene wat Van Rooij vertelt, maar er gebeurt niets.

MINISTER BEVOEGD OF NIET?
De enige vraag die rechter mr. W.C.E. Winfield zal moeten beantwoorden is of de minister zich terecht tot het standpunt heeft gesteld dat hij niet bevoegd is om iets te kunnen doen.

Overigens liet mr. Winfield weten dat minister Donner zich niet heeft uitgelaten over het punt dat het hout inderdaad giftig zou zijn. Mr. Winfield: "De minister heeft nog helemaal niets gezegd over dat het toxisch is of niet, de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag. Die zegt, ja.. ik ben gewoon niet bevoegd."

Mr. Winfield gaat over de zaak nadenken en zijn best doen om binnen 6 weken (vanaf 24 juni) uitspraak te doen. Die termijn zou wegens de vakantieperiode nog met 6 weken verlengd kunnen worden.





WIE IS ER WEL VERANTWOORDELIJK ALS DONNER DAT NIET IS?
Als de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet verantwoordelijk is, wie is er dan wel verantwoordelijk voor het feit dat kinderen, leerkrachten en ouders op het schoolplein in aanraking komen met uitlogende giftige stoffen? (bestrijdingsmiddelen). Dit schreef het CTB (tegenwoordig CTGB) , die het impregneermiddel Celfix heeft toegelaten, in een brief aan Van Rooij:

Klik voor vergroting
Zie ook bewijs-editie: 2007-08-07 (blad 1)


Dit zou volgens van Rooij betekenen dat in ieder geval de volgende vier ministers verantwoordelijk zijn voor de toelating van het bestrijdingsmiddel "Celfix" waarmee Van Swaay het binnen de basisschool EBS online gebruikte hout heeft ge´mpregneerd:

1) De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
2) De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
3) De minister van Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)
4) De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)

Op blad 5 van deze brief schrijft het CTB dat vooral VROM verantwoordelijk is:
Klik voor vergroting
Zie ook bewijs-editie: 2007-08-08


SZW VINDT ZICHZELF NIET VERANTWOORDELIJK
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt niet dat hij verantwoordelijk is en zegt niet iets over het wel of niet toxisch zijn van het hout, de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag en zegt: "ik ben gewoon niet bevoegd".


VWS VINDT ZICHZELF NIET VERANTWOORDELIJK
Klik voor vergroting
Het CTB schreef in 1996 aan Van Rooij dat VROM verantwoordelijk is.
Zie nogmaals bewijs-editie: 2007-08-08


VROM VINDT ZICHZELF OOK NIET VERANTWOORDELIJK
Volgens Van Rooij heeft de minister van VROM, om onder deze verantwoordelijkheid uit te komen, bij brief van 20 mei 1992 de "circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" aan alle houtimpregneerbedrijven en de daarbij horende gemeenten en besturen laten uitgaan. Daarin staat het volgende geschreven:
Klik voor vergroting
Zie bewijs-editie: 2007-08-02

VROM heeft dat ook nogmaals duidelijk gemaakt aan voormalig houtimpregneerder Tissen.
Zie bewijs-editie: 2007-08-09


HOE KAN DIT MAAR DOORGAAN?
Van Rooij: "Geen enkel van bovengenoemde vier verantwoordelijke ministers en betrokken besturen van gemeenten, waterschappen en/of provincies durft de veroorzaakte milieu en gezondheidsschade neer te leggen bij de veroorzakende houtimpregneerbedrijven zoals de minister van VROM al ruim 12 jaar geleden heeft geschreven in haar brieven van 21 februari 1995 en 19 augustus 1996."

Waarom niet? Van Rooij: "De houtimpregneerbedrijven (en de chemische industrie die op deze wijze hun levensgevaarlijk afval kunnen dumpen) zullen hoogstwaarschijnlijk dan een civiele zaak starten tegen de Staat der Nederlanden. De betreffende houtimpregneerbedrijven hebben namelijk gewerkt met een milieuvergunning van betrokken lokale besturen die is opgesteld overeenkomstig de door minister van VROM bij brief van 20 mei 1992 afgegeven circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven."


FOUTJE?
Volgens het CTGB zouden de ministers van VROM, LNV, VWS en SZW samen verantwoordelijk moeten zijn maar er is, doordat er een aantal jaren geleden voor gekozen is chemisch/gevaarlijk afval te impregneren in hout (zie bewijs 1 en 2) , een situatie ontstaan waardoor niemand verantwoordelijk lijkt te willen zijn. Dhr. Juffermans van De Kleine Aarde schreef het al in 1992:

"Er is een aantal jaren geleden een foutje gemaakt in Den Haag. Ze hebben toegestaan dat er op grote schaal uiterst giftige afvalstoffen, met o.a. arseen en chroom, afkomstig van de metaalindustrie, in zachte houtsoorten kan worden gestopt, het is een vorm diffuus dumpen van gevaarlijk chemisch afval. De stoffen zijn kankerverwekkend en mutageen, hetgeen betekent dat ze tot misvormde kinderen kunnen leiden."

Wordt vervolgd...




Zie ook:
Schuldig voor thuishouden kinderen na plaatsen gifhout op schoolplein
Gevolg afschaffing Actio Popularis: Zaak gif(speel)hout perfect voorbeeld
Waarom achter gesloten deuren? Belanghebbend bij gif(speel)hout?
Diverse overtredingen door Rechtbank in gifzaak speelhout
Waarom gesloten deuren tijdens zaak gif-klokkenluider?
Pers en publiek mogen niet bij zaak gif-klokkenluider zijn
Van Rooij moet uitleggen waarom hij in gif-zaak nog belanghebbende is
GGD Arts adviseerde ge´mpregneerd hout basisschool EBS te vervangen
Giftige palen eruit? Ontwikkelingen schoolplein EBS Eindhoven
Schoolplein in Eindhoven vol gif
De (gif)bewijzen tot nu toe
Pleitnotitie
De pleitnotitie die voorgelezen werd door dhr. van Rooij (doc. bestand aanklikbaar).


Rechter mr. W.C.E. Winfield
Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Het valt mij op dat u heel erg de nadruk legt op het giftig zijn van die speeltoestellen, maar de minister zegt dat de wet Arbo niet van toepassing is op deze situatie - Die kinderen spelen, die verrichten toch geen arbeid?"


van Rooij
Dhr. van Rooij: "Ouders en al die leerkrachten komen ook met het hout in aanraking. Om hier op die manier onderuit proberen te komen vind ik eigenlijk een juridische truc"


Rechter mr. W.C.E. Winfield
Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Volgens minister Donner is het uitdrukkelijk de bedoeling geweest van de wetgever die speeltoestellen buiten de Arbo-wet te houden"


Dhr. Heijmen
Dhr. Heijmen: "We hebben het hier niet over speeltoestellen, we hebben het over een aantal ge´mpregneerde rijen houten palen die in de grond staan."


Niet aanwezig
Minister Donner (of zijn vertegenwoordiger) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) was niet op komen dagen. Lege stoelen dus.


Kwam niet maar keek wel
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kwam niet. Maar keek, net als het ministerie van Justitie, wel naar Het Echte Nieuws volgens de teller van Motigo (Zie printscreen).


Klik voor vergroting
Vier ministers zijn volgens het CTB verantwoordelijk voor de toelating van het bestrijdingsmiddel "Celfix" (info over Celfix zie editie 2007-01-28 ) waarmee Van Swaay het binnen de basisschool EBS online gebruikte hout heeft ge´mpregneerd (aanklikbaar). Maar geen van allen neemt verantwoording.